Je ligt ’s nachts wakker. Al weken. Misschien al maanden. Diezelfde gedachte, diezelfde situatie, diezelfde persoon. Je hebt er alles aan gedaan. Erover gepraat. Erover nagedacht. Geprobeerd het los te laten. Geprobeerd het te accepteren. Geprobeerd er vrede mee te hebben.

En toch ligt het er nog. Wat blijkt? Al dat gepieker helpt niet.

Wat je dan meestal niet doorhebt, is dat het vechten zelf je uitput. Elke keer dat je denkt ‘dit moet anders’, ‘dit had niet zo mogen gaan’,  waarom kan ik dit niet loslaten’, zet je jezelf opnieuw vast. Je vecht tegen wat er is. En dat gevecht kost veel energie. En…. het kost je de oplossing.

We zijn verslaafd aan de weerstand

Het klinkt gek, maar we zijn gewend om best vaak vanuit weerstand te leven als we een wat grotere ergernis of terugkerend probleem of langdurige onplezierige situatie hebben . Logisch: je moet het toch oplossen? Je moet het toch fixen?

Maar ondertussen vernauwt je blikveld zich tot precies dat wat je niet wil. Je ziet de mogelijkheden niet meer. Je reageert te snel, te hard, of juist helemaal niet. En je wordt langzaam moe van jezelf. Je zit in de weerstand. En weerstand houdt je daar waar je niet wilt zijn.

De vraag

Er is een oefening die ik gebruik, zelf en met mensen die ik begeleid. Ze is bijna belachelijk simpel. Zeker als je al maanden in een zware situatie zit.

Als je merkt dat je ergens tegenaan loopt, stop je even met denken vanuit frustratie. Je dwingt jezelf om jezelf de vraag te stellen: wat als dit, wat er zich nu voordoet,  perfect is?

Het is alleen de vraag op gevoelsniveau. Stel: wat als dit perfect zou zijn, hoe zou je je dan voelen? Vóél de perfectie.

Voel alleen Analyseer het niet, probeer geen antwoorden de vinden, je hoeft het niet te geloven.  Je laat de vraag alleen even bestaan en voelt wat er dan gebeurt.

Wat er dan gebeurt

De lading daalt.  De situatie krijgt echt minder grip op je. En op dat moment verandert er iets. Want jij staat er anders in. En hoe jij erin staat, bepaalt wat er daarna gebeurt.

Dit werkt bij kleine dingen. De collega die je irriteert. Het bericht waar je tegenop ziet. Maar ook bij grote. De relatie die is stukgelopen. De ziekte die er gewoon is. Het verlies waar geen woorden voor zijn. Juist daar, waar de weerstand het grootst is, is de vraag het krachtigst.

Je hoeft de situatie er niet leuk door te vinden. Je haalt alleen de kramp weg. En dat is precies genoeg om weer te kunnen bewegen.

Één ding om op te letten

Je ego, je mind,  gaat direct met argumenten komen waarom het níet perfect is.  Dat is precies namelijk zijn taak. Laat die argumenten voor wat ze zijn en ga alleen naar het gevoel van de vraag. Want dáár zit de beweging.

Probeer het vandaag gewoon een paark keer. Bij iets kleins of bij iets groots. Gewoon om te zien wat er gebeurt.