Je gedachten. Ze zijn er altijd. Ze beginnen zodra je wakker wordt (of zelfs daarvoor) en houden pas op als je slaapt. En zelfs dan zijn ze druk bezig met dromen waar jij geen controle over hebt. Best vermoeiend, toch? Maar hier is het ding: jouw gedachten doen wel alsof ze de baas zijn, maar dat zijn ze helemaal niet.

Stel je gedachten eens voor als een overijverige stagiair. Ze bedoelen het goed, maar weten eigenlijk niet zo goed wat ze doen. Ze blijven maar suggesties aandragen, ook als dat totaal niet relevant is. “Wat als je je presentatie morgen verpest?” Of: “Heb je je oven eigenlijk wel uitgezet?” Het punt is: je hoeft ze niet allemaal serieus te nemen.

Waarom we denken dat onze gedachten allesbepalend zijn

Onze gedachten hebben een superslim trucje: ze praten met een hele overtuigende stem. Het klinkt alsof alles wat ze zeggen absoluut waar is. “Je bent hier niet goed genoeg voor.” Of: “Iedereen gaat dit stom vinden.” En omdat die stem zo vertrouwd is, geloven we het.

Maar gedachten zijn net als die notificaties op je telefoon. Sommige zijn nuttig (“Je hebt een afspraak om 14:00 uur”), maar de meeste zijn gewoon ruis (“Nieuwe schoenen in de aanbieding!”). Je hoeft niet overal op in te gaan.

De grootste misleiding van je brein

Je gedachten willen je doen geloven dat ze je beschermen. “Als ik maar over alles pieker, dan ben ik voorbereid.” Maar eerlijk? Je voorbereiden op elk mogelijk scenario is niet alleen onmogelijk, het is ook doodvermoeiend. Je hersenen draaien overuren voor problemen die misschien nooit gebeuren. Het resultaat: stress, onzekerheid en een hoofd dat nooit stopt. En bovendien: je trekt het tegenovergestelde aan. Juist omdat je aandacht daar continu naar toe gaat.

Ff serieus: wie is hier de baas?

Hier is het goede nieuws: je hoeft niet zomaar alles aan te nemen wat je denkt. Je kunt je gedachten uitdagen en terugfluiten. Hoe? Hier zijn een paar tips:

  1. Vraag jezelf af: “Is dit waar?”
    Als je denkt: “Ik ga dit verpesten”, vraag jezelf dan af: “Weet ik dit 100% zeker?” Meestal is het antwoord nee. Je gedachten bluffen maar wat. So… let it go!
  2. Geef je gedachten een stem
    Stel je voor dat je gedachten worden uitgesproken door een grappig figuur, zoals een irritante tv-presentator. Dit maakt het meteen minder serieus. “Oh, kijk eens wie er weer een doemscenario aankondigt!” 
  3. Bedank je gedachten en laat ze gaan
    Als je gedachten opkomen, kun je zeggen: “ok, kan zo zijn, niet voor mij! ” Zie ze als wolken die voorbijdrijven – je hoeft ze niet vast te houden.

Je hoeft je gedachten niet te geloven. Of wel. Maar laat ze gaan. 

Het mooie is: zodra je stopt met je gedachten blindelings te geloven, ontstaat er ruimte. Ruimte voor rust, helderheid en vertrouwen. Je hoeft niet alles te controleren. Soms is het genoeg om te denken: “Oké, dat was een gedachte, wat nu?” En dan verder te gaan met je dag.

P.S. Benieuwd hoe je nog meer rust in je hoofd creëert? In mijn volgende blog vertel ik hoe loslaten voelt – en nee, het is niet zo zweverig als het klinkt. Maar voor nu: probeer vandaag één gedachte niet serieus te nemen. Gewoon om te oefenen. 😉