Er was zoveel mis in haar leven nu. Ze heeft het veel te druk, haar werk is niet leuk. En ja, ze wilde graag een sessie met mij .

Tussen neus en lippen vertelde ze dat haar jongste het niet naar zijn zin heeft op school. En dat was toch logisch:

  • zijn klasgenoten vonden hem niet leuk.
  • hij had niemand om mee te fietsen naar school
  • sowieso fietst hij te langzaam.
  • het was trouwens veel beter geweest als hij nog een jaar op de basisschool was blijven zitten.
  • dat hij deze lange schooljaren nog maar door moest zien te komen.

Dit is wat de moeder over haar zoon vertelt. Niet alleen vertelt, maar hier ook van overtuigd is.

En kennelijk verwacht ze dat dit nog wel een poos gaat duren. Anders zou ze dit niet ongevraagd benoemen, zou dit geen issue zijn geweest.

Want als je zeker weet dat die situatie er binnenkort niet meer is, is er gewoon geen probleem.

Maar dat gold nu niet: het ís een probleem. Terecht: want ze ziet het toch? Het is toch zo? Het is toch vreselijk als je kind het niet naar zijn zin heeft op school?

Maar: hoe zou de moeder zijn, wat zou ze uitstralen, hoe zouden de gesprekken met haar zoon gaan als ze deze overtuigingen gedachten en gevoelens NIET had? En dat er dus alleen het feit overbleef: “Zoonlief heeft geen aansluiting op school”?

Als je je als moeder bevrijdt van deze probleemmakende gedachten, blijft er een andere moeder over: een moeder die vanuit zichzelf naar dit feit kijkt en handelt. En niet reageert vanuit stress, kramp en moedeloosheid.

Met haar toestemming vroeg ik of ik haar kon helpen om dit eerst los te laten? Vol argwaan onderging ze het loslaatproces. Daarna voelde ze zich opgelucht en voelde ze hoe anders de situatie nu was in haar beleving.

Een paar dagen later ging ik vroeg in de ochtend een rondje hardlopen. Ik groette zoals gewoonlijk mijn overbuurjongetje die klaar was om naar school te fietsen. Tot mijn vreugde zag ik de-zoon-van aanschuiven, vrolijk mopperend over de harde wind waar ze straks tegenop moesten fietsen.